De illusie van onbreekbaar zijn

De weg naar innerlijke rust

9/17/20262 min read

Gisteren was het precies een jaar geleden dat mijn lichaam de stekker eruit trok.
Geen beleefde waarschuwing, geen zachte hint, maar keihard: tot hier en
geen stap verde
r.

Ik dacht altijd dat wilskracht genoeg was. Als ik maar wilde doorgaan, als ik maar die rots in de branding bleef, dan trok mijn lijf het wel. Maar op die bewuste dag drong ineens een kille waarheid door: ik ben niet onoverwinnelijk. Ik kan breken. Ik kan zomaar niet meer wakker worden.

En die gedachte sneed dwars door me heen. Want als ik omval, hebben mijn dierbaren helemaal niets meer aan mij. Wat koop je voor dapperheid als de prijs je eigen gezondheid is?

Het masker van de helper
Ik ben een gever. Het zit diep ingebakken om meteen op te veren als een ander iets nodig heeft, zonder eerst te checken of de tank eigenlijk nog wel vol zit.

Lange tijd dacht ik dat dit pure zorgzaamheid was, maar het was ook zelfbescherming. Zolang ik nuttig was, had ik waarde. Zolang ik voor anderen zorgde, hoefde ik niet hulpeloos, zwak of ziek te zijn. Mijn bestaansrecht hing aan wat ik voor een ander kon betekenen.

Totdat je ontdekt dat je jezelf bent kwijtgeraakt in het zorgen voor de rest.

Het taboe op rust
Grenzen stellen blijkt een taai gevecht. Vreemd genoeg niet tegen de buitenwereld, maar tegen de criticus in mijn eigen hoofd.

‘Nee’ zeggen voelt nog altijd als falen of aanstellerij.

“Ik ben moe.” Moe? Hoezo moe? Wat ís moe? Schouders eronder.

Alsof ik eerst een officieel stempel of toestemming van buitenaf nodig heb om te mogen rusten. We hebben geleerd dat altijd maar doorgaan nobel is, waardoor even nietsdoen bijna misdadig aanvoelt. Dat hardnekkige schuldgevoel ontmantelen is soms een zwaarder proces dan het fysieke herstel zelf.

Toch is mijn innerlijke kompas gedraaid. De oude opdracht was: wees er voor de ander en til die loodzware rugzak. De nieuwe opdracht is simpeler, maar tegelijk de moeilijkste die er is: zorg eerst voor jezelf.

Thuiskomen
Vanmorgen begon de dag in alle stilte. Zittend op de bank, een warme beker in mijn handen, met op de achtergrond het rustgevende ritme van de zee.

Vroeger leefde ik vanuit mijn hoofd, hoog boven de grond en afgesneden van mijn lijf. Nu voelde ik mijn adem zakken. Ik voelde de vloer onder mijn voeten, mijn tenen,
mijn hele fundament. Alles wat daar zat, was eindelijk weer helemaal van mij.

Geen bewijsdrang, geen overleefstand, geen excuses. Alleen maar aanwezig zijn in het huidige moment.

We zoeken rijkdom vaak in wat we kunnen presteren, oplossen of weggeven.
Maar echt heel zijn, compleet verankerd in je eigen lijf en rust vinden zonder schuldgevoel dát is de werkelijke rijkdom

Liefs,

" Met de botte bijl verfijnd door Creatief Barbaar Studio"