De overlevingsjas
Overlevingspatronen




Er is een jas die je niet zomaar uittrekt.
Je draagt hem al zo lang dat je bijna bent vergeten dat je hem ooit hebt aangetrokken. Misschien zou je hem het liefst in één beweging van je afschudden en verder lopen. Maar zo werkt het niet.
Die jas geweven uit copingmechanismen, automatische reacties en oude overtuigingen heeft je gebracht tot waar je nu bent. Hij beschermde je toen je niets anders had om de kou buiten te houden. Daar mag je dankbaar voor zijn. Pas wanneer het stil wordt en je beseft dát je die zware jas nog draagt, begint de reis om hem af te leggen. Niet in één keer, maar laag voor laag.
Laag voor laag
In het begin lijkt het eenvoudig. Je ontdekt een patroon dat je niet langer dient en voelt opluchting: eindelijk zie je het. Maar zodra die eerste laag loslaat, verschijnt er een nieuwe. En daaronder weer één. Dat is de aard van traumaverwerking. Je pelt laag na laag af, zonder precies te weten waar het eindigt. Soms denk je dat je er bent. Dat de zwaarste stukken achter je liggen. En dan, midden in een gewone dag, dient zich toch weer een milde trigger aan. Een plagerige opmerking. Een blik. Een situatie die onverwacht een oude wond raakt. Opeens voel je de jas weer strak om je heen zitten. Je hartslag versnelt en je lichaam reageert alsof de oude storm opnieuw is begonnen.
Coping is uiteindelijk niets anders dan een automatische reactie op oude ervaringen. Op stemmen uit het verleden die je vertellen dat je niet veilig bent, niet goed genoeg bent of moet vechten om erbij te horen.
De kunst is om die stemmen te herkennen voor wat ze zijn: echo’s van toen. Geen waarheid van nu.
De fixer
Een van de hardnekkigste lagen in mijn eigen jas was de fixer. Ik hield niet van confrontaties. Dus probeerde ik voortdurend de lucht te klaren en de harmonie te bewaren. Ik was bang voor ruzie, bang voor verdriet en misschien nog wel het meest bang voor afwijzing. Daarom zette ik mezelf steeds op de tweede plaats, in de hoop dat ik zo veiligheid kon creëren. Pas later ontdekte ik iets confronterends. Door alles te willen oplossen, gooide ik soms juist olie op het vuur. Mijn behoefte om de spanning zo snel mogelijk weg te nemen, gaf de ander nauwelijks ruimte om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Langzaam leer ik die verantwoordelijkheid terug te leggen waar hij hoort.
Dat verandert niet alleen mijn gedrag, maar ook mijn automatische reactie. Toch gaat die verandering niet in een rechte lijn. Want de angst onder zo’n patroon laat zich niet wegredeneren. Ze vraagt om iets anders. Ze vraagt om aanwezigheid.
Om mijn hand op mijn hart te leggen, mijn aandacht naar mijn adem te brengen en te zakken in mijn lichaam. Terug naar mijn bekken. Mijn voeten stevig op de grond. Net zo lang tot de storm in mij weer gaat liggen.
Jezelf klein houden
Er was nog een laag die misschien wel het moeilijkst was om onder ogen te zien. Ik had altijd een hekel aan het woord slachtoffer. Ik was geen slachtoffer; ik was een overlever. Ik had gevochten om overeind te blijven. Toch ontdekte ik gaandeweg iets pijnlijks. Niet het verleden hield mij klein. Dat had het ooit gedaan. Maar ík was mezelf nog steeds klein aan het houden. Niet door zielig te zijn, maar door mezelf onzichtbaar te maken. Door me voortdurend aan te passen. Door een laag zelfbeeld als waarheid te accepteren. Zonder dat ik het doorhad, gaf ik daarmee een deel van de regie uit handen. Pas toen ik verantwoordelijkheid begon te nemen voor mijn eigen ruimte, veranderde er iets. Ik stopte met vechten tegen wat was en begon te kiezen voor wat nu mogelijk is.
De leegte durven bewonen
Wanneer de jas steeds lichter wordt, verschijnt er een nieuwe vraag. Wie ben ik zonder al die lagen? Zonder het gevecht. Zonder het fixen. Zonder het voortdurende aanpassen. Dat voelt in het begin leeg. Alsof je zonder bescherming in de wind staat. Je bent zo gewend geraakt aan overleven, dat gewoon zijn bijna onveilig voelt. Maar langzaam ontdek ik dat die leegte helemaal geen tekort is.
Het is ruimte.
Ruimte om adem te halen. Ruimte om mezelf te leren kennen. Ruimte waarin ik niets hoef te bewijzen, uit te leggen of te repareren.
Ik hoef er alleen maar te zijn.
De jas afleggen
De overlevingsjas is nooit mijn vijand geweest. Hij heeft jarenlang gedaan wat nodig was. Hij heeft mij beschermd toen ik dat zelf nog niet kon. Daar verdient hij respect voor. Maar hij hoeft niet voor altijd te blijven zitten. Laag voor laag leer ik hem los te laten. Niet door te vechten, want vechten is ook een vorm van vasthouden. Ik laat hem los door steeds dieper te zakken in de vrouw die eronder altijd al aanwezig was. De lucht van vandaag is anders dan die van gisteren. Ik hoef mezelf niet langer klein te maken om veilig te zijn. Ik hoef niets meer te fixen om liefde te verdienen.
Ik mag hier staan.
Stevig.
Vrij.
En eindelijk lachen vanuit mijn tenen.
Zonder die jas.
Liefs,
" Met de botte bijl verfijnd door Creatief Barbaar Studio"
